2026 02 06 Kelmis

Volg de knooppunten op de kaart en je krijgt het meeste moois te zien van de regio Kelmis.
Bij knooppunt 80 naar 1 en dan naar 22 via de oude bedding van de smalspoor van de zinkmijn. De route loopt langs de Hohnbach.
La Calamine/Kelmis: De gemeente en haar omgeving
Kelmis, in het Frans La Calamine, is een Duitstalige gemeente in de Belgische provincie Luik met ruim 10.000 inwoners. De gemeente ligt vlak bij de Duitse stad Aken en het Nederlandse Vaals, direct aan het drielandenpunt. Kelmis bestaat sinds 1977 uit de deelgemeenten Kelmis, Hergenrath en Neu-Moresnet.
De zinkmijn in Kelmis heeft gezorgd voor zink in de bovengrond, waardoor Kelmis en Moresnet op enkele plekken een opvallende zinkflora kennen. Ook de Geul werd voor zinkwinning gebruikt, waardoor zelfs het Nederlandse deel van het Geuldal zinkflora bezit. Een deel van het Belgische Aachener Wald ligt op het grondgebied van Kelmis.
Historisch hoorde Kelmis tot de Limburgse hoogbank Montzen en werd bij de annexatie van de Zuidelijke Nederlanden door Frankrijk in 1795 onderdeel van het departement Ourte. Kelmis en Neu-Moresnet behoorden toen tot de gemeente Moresnet.
Tussen 1815 en 1919 vormde Kelmis onder de naam Neutraal Moresnet een condominium tussen het Koninkrijk der Nederlanden (later België) en Pruisen, vanwege de belangrijke zinkspaatmijn Vieille Montagne. Na het Verdrag van Versailles werd het gebied Belgisch onder de naam Kelmis/La Calamine, naar de zinkspaat kalamijn.
De gemeente was aanvankelijk Franstalig, maar uit talentellingen bleek dat de meerderheid Duits sprak. Door de taalwetten van 1962 werd Kelmis een Duitstalige gemeente met faciliteiten voor Franstaligen. In 1977 werden Hergenrath en Neu-Moresnet toegevoegd.
Casinovijver en galmeiheuvel
De galmeiheuvel en vijver herinneren aan de mijnbouwactiviteiten die het gebied vormden. Ze maken deel uit van het Natura 2000-netwerk en beslaan zo’n 7 hectare, met het natuurreservaat ‘Vieille Montagne - Altenberg’ als kern. Het domein wordt beheerd door vzw Ardenne & Gaume. Hier groeien zeldzame en bedreigde planten die enkel op metaalhoudende bodems gedijen, zoals zinkviooltjes, zink-Engels gras en zinkboerenkers. Dit is de zinkflora, een paradoxale erfenis van de mijnbouw: een galmeiheuvel die uitgroeit tot natuurreservaat.
De vijver is omringd door een gevarieerde vegetatie: wilgenbosjes, elzenbosjes en rietvelden vormen een ideale plek voor vogels.
Zinkflora is altijd uiterst zeldzaam geweest door het feit dat metaalerts zelden vlak onder het aardoppervlak ligt. Door vulkanische processen en het oplossen van kalksteen ontstonden groeven, waardoor het erts naar de oppervlakte kwam. De zinkflora bestaat uit metallofyten: planten die enkel op grond met zware metalen groeien, met het zinkviooltje als bekendste voorbeeld.
Deze planten zijn indicatorplanten: de aanwezigheid van zinkplanten wees onze voorouders op de aanwezigheid van zinkerts. De zinkflora is een overblijfsel uit de laatste ijstijd, waarbij enkele plantensoorten zich aan de metaalhoudende bodem wisten aan te passen. Vandaag vindt men zinkflora alleen nog op plekken die door mijnbouw zijn verontreinigd.
De paden zijn glooiend en het hoogteverschil is ongeveer 50 meter; nergens hoeft je flink te klimmen, maar de hoogteverschillen bieden mooie uitzichten. Waar het drassig kan zijn, zijn knuppelbruggetjes aangelegd.
Hohnbachtal: Natuurreservaat en botanische rijkdom
Het dal van de Hohn is één van de meest bijzondere natuurreservaten in Noordoost-België. De Hohbach meandert door intensief gebruikte weilanden in de bovenloop en natuurlijke loofbossen in de benedenloop, en heeft zich tot 30 à 40 meter diep in het omliggende gebied ingesneden. Vooral qua voorjaarsflora is het gebied rijk; zink- en loodwinning heeft geleid tot restanten zoals mijngangen en een spoortracé.
De rotsen bestaan uit blauwsteen, een kalksteen die bij opschuren glanst en blauw wordt. Veel huizen in de omgeving zijn uit deze steen gebouwd. De rivier kent prachtige meanders en het dal is een van de botanisch rijkste reservaten in de Euregio, mede door de aanwezigheid van zinkflora en zeldzame voorjaarsbloeiers. De hellingen zijn grotendeels begroeid met loofbossen.
Kelmis: Economie, flora en de zinkmijn
Het galmeiviooltje (zinkviooltje), dat alleen in de regio rond Kelmis voorkomt, stond vroeger symbool voor welvaart. Het bloemetje gedijt alleen op metaalhoudende grond, wat aangaf dat er zinkerts in de bodem zat. Galmei is afgeleid van het Latijnse "calamis", waar de plaatsnaam La Calamine/Kelmis vandaan komt. De Altenberg of Vieille Montagne is de belangrijkste zinkertsvindplaats van België.
Galmei werd aanvankelijk voor messing gebruikt, maar begin negentiende eeuw maakte de uitvinding van de zinkoven door Jean Jacques Dony het mogelijk om het erts tot zink te verwerken. Dit leidde tot een grote vraag naar zink voor allerlei toepassingen. Kelmis en omgeving werden een centrum voor zinkproductie, met twaalf mijnen en het bedrijf S.A. Vieille Montagne als dominante speler. In de negentiende eeuw was dit concern één van de grootste zinkproducenten ter wereld. Door buitenlandse concurrentie werd de winning geleidelijk afgebouwd en de laatste groeve sloot in 1935.
Tot circa 1950 werd het water van het Casinoweiher-stuwmeer nog gebruikt voor het wassen van het erts. De bergen mijnafval zijn nog zichtbaar in het landschap en in het Altenberg-natuurgebied bloeien de galmeiviooltjes nog steeds. Het Geuldalmuseum in Kelmis vertelt meer over de geschiedenis van de zinkwinning.
Bij het verlaten van het dal van de Hohn komt een groot kasteel in zicht; het imposante kasteel Eyneburg.
Kasteel Eyneburg: Historie en legende
De Eyneburg, ook wel Emmaburg genoemd, ligt op een heuvel boven de Geul en is de enige overgebleven hoogteburcht in het Geuldal. Waarschijnlijk werd het kasteel rond 1260 gebouwd ter bescherming van de nabijgelegen galmeigroeven, die in de Middeleeuwen de motor van de economie waren.
Het kasteel is omgeven door muren, evenals het uitgestrekte park. De Eyneburg ligt op een beboste heuvelrand en is omgeven door bossen en weilanden. De volksnaam Emmaburg verwijst naar de legende van Emma, dochter van Karel de Grote, die hier met haar geliefde Eginhard zou hebben gewoond. Dit verhaal werd pas in de 19e eeuw opgetekend en is niet historisch onderbouwd.
Na eeuwen van adellijk bezit werd de burcht in 1897 gekocht door de Akense lakenfabrikant Theodor Nellessen. Hij verbouwde het tot een landhuis en behield de Middeleeuwse kenmerken. Voor de verbouwing riep hij de hulp in van de architect Ludwig Arntz, die het imposante gebouw wist te behouden. De neogotische kapel werd ontworpen door Johannes Richter en gebouwd in 1902.
De burcht werd een geliefd doel voor uitstapjes van burgers uit Aken, geïnspireerd door de tekst boven de poort: "De huidige tijd moet zich over het verleden verheugen." In 1955 kwam de burcht in handen van de Westdeutsche Kalkwerke, het interieur werd in 1958 verkocht. In 1996 kreeg de burcht de status van monument. In 2001 werd het kasteel verkocht en tussen 2004 en 2009 was er een centrum voor Middeleeuwse leefwijzen gevestigd, met bakkerij, café en ambachtswinkels. Regelmatig vonden er evenementen plaats. In 2012 werd de burcht gesloten na een faillissement.
Nu wordt er weer geprobeerd om het kasteel verder te behouden en de overheid heeft maatregelen genomen te voorkoming van verder verval !
Neutraal Moresnet: Unieke geschiedenis
Ten zuiden van het Drielandenpunt lag vroeger bij Vaals een heus Vierlandenpunt: Nederland grensde aan België, Duitsland en Moresnet. La Calamine lag destijds in Moresnet. Neutraal Moresnet ontstond in 1815 na het Congres van Wenen, omdat Pruisen en het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden het niet eens werden over de grens bij de zinkmijn Altenberg/Vieille Montagne in Kelmis. In 1816 werd een compromis bereikt: het westelijk deel van Moresnet werd Nederlands, Neu-Moresnet werd Pruisisch en Kelmis werd een condominium onder de naam Neutraal Moresnet, bestuurd door beide landen. Na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 nam België de rechten van Nederland over.
Het einde van Neutraal Moresnet kwam met de Eerste Wereldoorlog. In 1914 werd het gebied door Duitsland bezet en bij het Verdrag van Versailles in 1919 aan België toegevoegd. De zinkmijn, de bestaansreden van Neutraal Moresnet, was reeds in 1885 uitgeput.
Klimwand en bloemenpracht
De wandeling voert langs een steile wand waar regelmatig geklommen wordt. In het steen zijn ogen geslagen voor klimmers. Soms zie je vaders met kinderen voorzichtig omhoog klimmen.
De bloemenpracht blijft voortdurend veranderen, steeds staan andere bloemen in bloei. Er is altijd iets nieuws te ontdekken, voor de botanicus én de gewone wandelaar.
Bronnen
- http://www.eifelnatur.de
- http://nl.wikipedia.org/wiki/Kelmis
- http://www.trois-frontieres.be/N/chat_eyneburg.php
- http://www.eifelnatur.de/Niederl%E4ndisch/Seiten/Eyneburg.html
- http://nl.wikipedia.org/wiki/Neutraal_Moresnet

















Previous Post
