2026 05 01 Ravensbosch
Wandeling door het Ravensnbosch

We beginnen onze wandeling bij de ingang van Camping Valkenburg-Maastricht en gaan onder de snelweg door richting de Stoepert, naar knooppunt 22 en daarna naar 32. Vervolgens nemen we een korte route via de Seringenstaart naar knooppunt 75, waarna we verder lopen naar 17 door het Ravenbosch. Hier volgen we de knooppunten 52, 38 en 67, waarna we bij het laatste knooppunt linksaf slaan richting Groot Haasdaal. We wandelen vervolgens richting de watertoren "Reusch van Schimmert", passeren knooppunt 50 en keren terug naar knooppunt 67. Daarna volgen we knooppunt 27 en uiteindelijk vervolgen we de weg naar de achteruitgang van Camping Valkenburg-Maastricht.
De letters op de kaart laten zien waar je langs loopt.
De wandel knooppunten zijn de cijfers op de kaart
Daarnaast zie je dat je langs de volgende plaatsen loopt:
Wijk de Stoepert
Valkenburg
Gehucht Strabeek
Groot Haasdal
Klein Haasdal
Schimmert
Arensgenhout
Kleingenhout
Hoogtepunten van de route
De camping ligt idyllisch in het adembenemende Limburgse landschap, gekenmerkt door glooiende heuvels, weelderige bossen en schilderachtige riviertjes.
Bezoek de levendige steden Valkenburg en Maastricht, op slechts een paar kilometer afstand.
Hier kun je genieten van het beste van twee werelden:
Ervaar rust en natuur en profiteer tegelijkertijd van de korte afstand tot de bezienswaardigheden en culturele hoogtepunten van de regio.
Met slechts 2 km naar Valkenburg en 15 km naar Maastricht is Camping Valkenburg – Maastricht ideaal gelegen voor een vakantie vol belevenissen.
De Heihof, gelegen om een binnenplaats.
Achtervleugel met puntgevel van mergel (achttiende eeuw), schuur van baksteen. (eerste half negentiende eeuw), woonhuis (derde kwart negentiende eeuw).
Vindt plaats oude romeinse villa-Valkneburg-Heihof
Info Wikipedia
Het voormalig Jezuïetenklooster is een kloostercomplex aan Kloosterweg 34-36 te Valkenburg samen met het in 1984 gebouwde Sint-Jozefklooster.
Geschiedenis
Het klooster werd gebouwd van 1893-1895 door de Sociëteit van Jezus, die vanwege de Kulturkampf uit Duitsland verdreven was. Architect was H.J. Hürth. Hier vestigde zich het Ignatiuscollege voor de Duitse jezuïeten. In 1911 werd nog een vleugel en een bibliotheek aangebouwd. Er ontstond een imposant E-vormig complex met centraal een neogotische kapel met vieringtoren. De Jezuïeten brachten vele kostbare boeken samen en publiceerden de Commentaren op de heilige Schrift.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de jezuïeten opnieuw verdreven, nu door de Gestapo, en in 1943 werd de kapel door de bezetter opgeblazen. In 1942 vestigde de bezetter een nationaalsocialistische Reichsschule in het gebouw. De kostbaarste boeken waren in veiligheid gebracht en na de bezetting vonden de jezuïten de rest van de bibliotheek vrijwel ongeschonden terug. In 1959 werden de boeken overgebracht naar de hogeschool voor theologie van de jezuïeten te Frankfurt am Main.
Van 1948-1961 stond het gebouw leeg, waarna de van oorsprong Duitse congregatie van de Zusters Franciscanessen van Sint-Jozef[1] het gebouw kocht. De zusters waren in 1877 vanwege de Kulturkampf naar Nederland verhuisd, eerst naar Beek en omstreeks 1885 naar Valkenburg, waar ze een nieuw klooster betrokken, het Franciscanessenklooster aan de Oosterweg. In 1961 verruilden ze dit klooster voor het voormalige Jezuïetenklooster, waar het Nederlands provincialaat van de congregatie werd gevestigd en tevens een bejaardencentrum genaamd 'Huize Boslust'. Van 1962-1964 werd, met geld van de Duitse schadevergoedingsregeling, een nieuwe kapel gebouwd ter vervanging van de in de bezettingstijd vernielde kapel.
In 1984 werden woningen voor de nog overgebleven zusters gebouwd in de tuin van het klooster, en in 1985 trokken de zusters hier in, en noemden dit nieuwe complex Sint-Jozefklooster. Het oude jezuïetenklooster stond sindsdien leeg. Einde 20e eeuw werd het verkocht aan de Stichting Transcendente Meditatie Nederland, welke het gebouw vooralsnog liet vervallen.
https://www.heiligehuizenvalkenburg.nl/jezuitenklooster.html
Bron met erg veel mooie foto's: https://www.eosfoto.nl/fotografie/reportages/jezuietenklooster-valkenburg
Het voormalige klooster van de orde Jezuïeten, in de Valkenburgse wijk Stoepert, werd 1893 door aannemer Habets, naar een ontwerp van architect H.J. Hürth gebouwd.
Het gebouw, met een frontlengte van 93 meter, werd gebouwd met 7 miljoen bakstenen. Het was daarmee de grootste bouw in Nederland en alle stenen werden ter plaatse gebakken. In latere jaren werden er nog verschillende uitbreidingen en aanbouwen gerealiseerd.
Het gebouw kent een rijke geschiedenis. De Jezuïetenorde die zich er aan het eind van de 19e eeuw vestigde, was het Duitsland van Bismarck ontvlucht vanwege de “Kulturkampf”. Het klooster was samen met het Jezuïetenklooster in Oudenbosch (NB) het enige klooster in Nederland dat beschikte over een observatorium en werd in eerste instantie opgericht als College Maximum.
Tijdens de oorlogsjaren werden de Jezuïeten door de SS verdreven en werd de Reichsschule voor jongens in het gebouw gevestigd. Deze kostschool was bedoeld om jonge jongens uit NSB-gezinnen, op te voeden tot fanatieke en meedogenloze SS-ers. De neogotische kerk die bij het complex hoorde werd door de bezetter opgeblazen en de huidige Kloosterweg (die toen nog Stoepertweg heette), zou gedurende de Tweede Wereldoorlog zelfs zijn omgedoopt tot Adolf Hitler-Allee. Er zijn echter ook mensen die dat betwisten. In een nabijgelegen tuin werd -door een tuinman- in 2013 een bord met opschrift Adolf Hitler Allee gevonden. Officieel werd de Kloosterweg, gedurende de oorlog, veranderd in Stoepertweg, maar het is (gezien het gevonden bord) niet ondenkbaar dat de SS er een straatnaambord met het opschrift "Adolf-Hitler-Allee" heeft opgehangen.
Na de oorlog deed het klooster dienst als interneringskamp voor vrouwen uit ex-NSB gezinnen en de zogenaamde moffenmeiden (=vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog een relatie hadden met Duitse militairen).
Het complex werd 1945 tot 1961 bewoond door één pater (Pater Evers), totdat in 1961 de orde van de Franciscanessen van Sint-Jozef het pand betrokken. Zij waren dringend toe aan een nieuw onderkomen en de gemeente ging akkoord met de verhuizing, mits zij er een bejaardenhuis in zouden vestigen en zo geschiedde.
Het klooster deed tot 1983 dienst als klooster met bejaardenhuis, waarna de zusters toe waren aan een nieuw onderkomen. De gemeente Valkenburg ging destijds akkoord met de bouw van een nieuw klooster, op voorwaarde dat het oude gesloopt zou worden. De overste tekende daarvoor, maar nadat het nieuwe klooster klaar was, brak de orde de belofte en liet het klooster aan zijn lot over, totdat de Stichting Transcendente Meditatie het klooster kocht.
In 2001 sloeg het noodlot toe en brandde het dak van de Noordelijke vleugel geheel weg. Gelukkig deden zich geen persoonlijke ongelukken voor, maar de meer dan 80 bewoners van de Maharishi beweging werden dakloos. Het klooster bleef en wordt echter bewoond door één bewoner die de zorg over het klooster op zich nam.
Velen probeerden via de bewoner om toegang te krijgen tot het klooster, maar omdat het gevaar te groot was en de eigenaar niet wilde dat er mensen in het klooster kwamen, lukte dat, op een enkeling na, vrijwel niemand.
Toen de plannen voor een hotel gepresenteerd werden, werd een klein deel van het het klooster opengesteld voor publiek, tijdens een open dag
Voordat het klooster definiet op slot ging. werd echter nog éénmalig een uitzondering gemaakt voor mij en fotografe Anita van Rennes, om het klooster in beeld te brengen voordat het klooster verbouwd wordt tot zeer luxe hotel. De eigenaar benadrukte dat de toestemming eenmalig is en wil geen andere mensen in het klooster toelaten.
Langs deze weg wil ik ook de eigenaar en de bewoner nogmaals bedanken om deze reportage te maken. Om andere mensen ook -op niet commerciële basis- mee te laten genieten van het klooster, plaats ik de foto's van dit klooster onder CC-BY licentie.
De Kattebeek in Valkenburg ontspringt in Kleingenhout (gehucht bij Arensgenhout-Hulsberg) aan het zuidelijke einde van de huidige Putweg (waar vroeger hoeve Habets stond) en loopt in zuidzuidwestelijke richting door het dal tussen Heihof en Stoepert. Vroeger in een 'open loop', nu grotendeels door buizen vanwege de passage onder de autosnelweg Maastricht-Heerlen. Deels door en aan de rand van het Kloosterbos over de noordhelling gaat de oude beekloop omlaag richting Valkenburg en achterlangs het Oude Jezuïetenklooster.
Bij de perceelgrens van dit voormalige klooster (overgang Stoepertweg-Kloosterweg) maakt de beek met enkele meanders en een langzame draai naar zuidoost de overgang Stoepertweg-Kloosterweg en stroomt dan naar het zuidwesten onder de oude buurtschap Kattebeek door. Aan het einde van de vroegere Kattebeekstraat (Tegenwoordig Napoleonstraat) gaat de beek in een 'overkluizing'(sinds mei 1965) ondergronds onder de huidige Parallelweg, spoortalud en spoorbaan en delen van het stationsterrein door.
Na deze passage is de loop van de beek aan de uiterste westgrens van de woonpercelen aan de Wheryweg te vermoeden in een zuidzuidwestelijke lijn. De voormalige Houthemer Villaweg wordt aan de westgrens van het voormalige perceel van Villa G'n Ing gepasseerd. Waarna de oude loop van de beek weer duidelijk naar het zuiden is, aan de grens van de tuinpercelen westelijk van de Julianalaan. Tot 1938 eindigde de loop van de beek min of meer in dit drassig, moerasachtig weidegebied. Het betrof het huidige gebied in het vierkant Julianalaan-Bernhardlaan-Pretpark-Weg naar Broekhem. Bij de aanleg van de Julianalaan (1938) is voor ontginningsdoeleinden een echte loop gecreëerd voor de beek, om zo het gebied te kunnen draineren. Daarmee kwam de natuurlijke loop van de beek ongeveer 70 meter westelijker te liggen. Eerst in een 'open gang" richting Geul, waarbij de huidige Bernhardlaan min om meer aan de oevers van de Kattebeek eindigde. Later in een 'overkluizing'.
Het verdere traject van de beek is de uiterst westelijke grens van het huidige Odapark, waardoor men ook dit zeer drassige gebied kon draineren. Langs de grens van dit park en in een scherpe bocht naar het westen eindigt de Kattebeek uiteindelijk in de Geul. De laatste meters van de beekloop is het enige zichtbare deel van de Kattebeek binnen de grenzen van het oude Valkenburg.
bron: wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Kattebeek
Bron: https://www.obsbroekhem.nl/
OBS Broekhem bevindt zich in de gemeente Valkenburg aan de Geul, aan de rand van de wijk Broekhem. De school maakt deel uit van Stichting kom Leren, die in totaal 19 scholen omvat. Samen met MIK, die kinder- en peuteropvang verzorgt, vormt OBS Broekhem het Samenwerkend Kindcentrum Broekhem.
Toegankelijkheid en identiteit
OBS Broekhem is een openbare basisschool waar iedereen welkom is, ongeacht godsdienst of levensovertuiging. De school ziet zichzelf als een afspiegeling van de maatschappij.
Schoolgebouw en lokalen
Het gebouw van OBS Broekhem telt zeven leslokalen, verdeeld over vier lokalen op de benedenverdieping en drie lokalen op de bovenverdieping.
Sportvoorzieningen
De school beschikt over een eigen kleutergymzaal en maakt daarnaast gebruik van de faciliteiten van sporthal de Polfermolen.
Ruimte voor samenkomst en werkvormen
De grote hal beneden en boven is een bron van trots. Dankzij de ruime opzet zijn deze ruimtes multifunctioneel: ze worden gebruikt voor vieringen, feesten, zelfstandig werken, groepswerk, computer- en wereldoriëntatielessen.
Speelplein en buitenterrein
Het speelplein is ruim opgezet en biedt verschillende speelmogelijkheden voor de kinderen. Er is onder andere een verkeersplein en er staan diverse speeltoestellen. Het speelplein bevindt zich aan de voorzijde van het schoolgebouw. De school kan daarnaast gebruik maken van het geasfalteerde terrein en het grasveld naast het gebouw.
Ligging: Gemeente Nuth en gemeente Valkenburg aan de Geul, ten noord-westen van Valkenburg en ten zuidoosten van Groot-Haasdal.
Onder bescherming sinds: Het gebied is eigendom van Staatsbosbeheer.
Oppervlakte: 80 hectare.
Hoogteligging: 80-130 meter boven NAP.
Algemeen.
Het Ravensbos is een langgerekt hellingbos dat doorsneden wordt door allerlei bronbeekjes die samen de Strabeek vormen. Het is een gemengd bos met allerlei verschillende boomsoorten. Er groeien zowel loof- als naaldbomen. Bijzonder zijn twee kwetsbare hellingveentjes in het bos. In het bos liggen ook twee kleine, kunstmatige meertjes. Het maximale hoogteverschil tussen de dalbodem, waar de Strabeek stroomt, en de hoger gelegen hellingen bedraagt vijftig meter. Dit betekent dat er voor de wandelaar pittige hoogteverschillen overwonnen moeten worden.
Geologie.
Door het Ravensbos loopt de Strabeek. Deze kleine beek ontspringt op het plateau van Schimmert en mondt in het natuurgebied Ingendael uit in de Geul. De beek wordt gevoed door vele kleine zijbeekjes en is zelf vaak diep ingesneden in een meanderende bedding.
Mycologie.
In het voorjaar is het de moeite waard om in het Ravensbos tussen de tapijten Bosanemoon (Anemone nemorosa) te zoeken naar de kleine bruine bekers van de Anemonenbekerzwam (Sclerotinia tuberosa). Deze kleine bekerzwam vormt bekertjes van 1 tot 1,5 centimeter doorsnede en parasiteert op de wortelstokken van Bosanemoon, maar is ook wel te vinden op Speenkruid (Ranunculus ficaria).
Aan de voet van de Douglassparren in het gebied is in het najaar de Grote sponszwam (Sparassis crispa) te vinden.
´s Winters groeit op Hazelaars (Coryullus avellana) de Gele trilzwam (Tremella mesenterica). Op Gewone vlier (Sambuccus nigra) groeien veel Judasoren (Auricularia auricula-judae). In broekbossen met Zwarte elzen (Alnus glutinosa) groeien allerlei soorten zompzwammen die een mycorhiza met de elzen vormen. Er groeit onder meer Bleke elzenzompzwam (Alnicola melenoides).
Flora.
het ravensbosch door eifelnatur.de olaf
Op de dalbodem, waar de bodem kalkrijk en vochtig is groeit een rijke voorjaarsflora. Hier stroomt de Strabeek en erlangs groeien veel Zwarte elzen (Alnus glutinosa) met in de ondergroei Hazelaar (Coryllus avellana). Daartussen groeit zowel Paarbladig goudveil (Chrysosplenium oppositifolium) als Verspreidbladig goudveil (Chrysosplenium alternifolium). Op de allervochtigste plekjes groeit Dotterbloem (Caltha palustris) en Bittere veldkers (Cardamine amara). In de zomer is hier Moerasspirea (Filipendula ulmaria) en Moerasstreepzaad (Crepis paludosa) te vinden. Langs de bronbeekjes groeit veel Pinksterbloem (Cardamine pratensis) en hier en daar Slanke sleutelbloem (Primula elatior) die zijn zwavelgele bloemen in maart-april opent. Langs de meertjes groeit Moeraszegge (Carex acuformis).
Iets hoger op de helling groeien Haagbeukenbossen die in het verleden als hakhout werden beheerd. Hier en daar groeit tussen de vele honderdduizenden Bosanemonen (Anemone nemorosa) ook Aronskelk (Arum maculatum) en Veelbloemige salemonszegel (Polygonatum multiflorum). Speenkruid (Ranunculus ficaria) is ook overal te vinden. Langs de vochtige bospaden groeit op kwelplekjes Ijle zegge (Carex remota) en waar het iets droger is Groot heksenkruid (Circea lutetiana), Bosereprijs (Veronica montana), Bosgierstgras (Millium effusum), Ruwe smele (Deschampsia cespitosa) en Boszegge (Carex sylvatica). Een bijzonderheid is de aanwezigheid van Vingerhelmbloem (Corydalis solida), die in Zuid-Limburg alleen in het westen voorkomt en hier ongeveer haar oostgrens bereikt.
Hogerop dagzoomt zuurder gesteente dat bovendien ook veel droger is. Hier groeien eiken-berkenbossen. Hier is de flora veel armer en bestaat uit onder meer Bochtige smele (Deschampsia flexuosa), Pilzegge (Carex pilulifera), Valse salie (Teucrium scorodonium) en Adelaarsvaren (Pteridium aquilinum). Opvallend is de aanwezigheid van Ruige veldbies (Luzula pilosa), zijn grote broer, de Grote veldbies (Luzula sylvatica), is ook hier en daar te vinden. Een verdere bijzonderheid vormt Dubbelloof (Blechnum spicant), een varen die zijn Nederlandse naam eer aandoet. Hij heeft namelijk twee soorten bladeren, gewone bladeren en sporendragers die eruit zien als bladeren, maar veel smaller zijn en rechtop staan.
Heel bijzonder zijn twee kleine hellingveentjes. Deze zijn in april prachtig om (vanwege de kwetsbaarheid van een afstandje met een verrekijker) te zien. Hier groeit een ware keur aan voorjaarsbloeiers waaronder Dotterbloem (Caltha palustris), Slanke sleutelbloem (Primula elatior) en Pinksterbloem (Cardamine pratensis) die met hun dooiergele, zwavelgele en roze kleuren de veentjes een prachtig kleurenpallet geven. Later in het jaar groeit er Moerasstreepzaad (Crepis paludosa), Moerasspirea (Filipendula ulmaria) en Watermuur (Mentha aquatica). Er groeien ook grasachtigen als Bosbies (Scirpus sylvaticus), Zeegroene zegge (Carex flacca) en IJle zegge (Carex remota).
Fauna.
De vogelwereld in het hellingbos is rijk. Er leven diverse soorten spechten, waaronder Groene specht ( Picus viridis ), die zijn aanwezigheid met zijn harde, lachende roep verraadt. De Grote bonte specht ( Dendrocopus major ) roffelt liever op de bomen. De Boomklever ( Sitta europaea ) maakt dankbaar gebruik van de holtes die de spechten hebben gemaakt. Wel past hij de ingangen aan zijn grootte aan. Hij metselt de te grote ingang eenvoudigweg met leem tot zijn formaat dicht. Verder leeft er Tjifjtjaf ( Phylloscopus collybitia ), Roodborst ( Erithacus rubecula ), Vlaamse gaai ( Garrulus glandarius ), Buizerd ( Buteo buteo ),Vink ( Fringilla coelebs ), Winterkoning ( Trochlodytes trochlodytes ), Houtduif ( Columba palumbus ) en Koolmees ( Parus major ). Op de meertjes in het bos zijn altijd wel enkele Wilde eenden ( Anas platyrhynchos) te vinden. Langs de bronbeekjes houdt de Grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea ) zich op.
In de meertjes in het bos leggen Bruine kikkers ( Rana temporia ) en Gewone padden ( Bufo bufo ) hun eitjes. Op de dalhelling liggen enkele burchten van de Das ( Meles meles ). In de bomen zijn in het vroege voorjaar en in de winter de nesten van Eekhoorns ( Scurius vulgaris) te vinden.Wilde zwijnen (Sus scrofa) zijn erg schuw en laten zich niet graag zien. Hun zoekplekken en veegbomen verraden echter hun aanwezigheid.
Onderweg in het gebied.
Goede startpunten zijn het parkeerplaatsje in het bos nabij Huize Holswick, langs de weg van Groot Haasdal naar Strabeek. Ook bij het viaduct over de A-79 langs de Valkenburgse Bosstraat is een goede plek om te starten met een wandeling. De wegen zijn deels breed, deels smal en, zoals dat past bij een hellingbos, liggen er behoorlijk wat trappenpaden.
Tijd
Voor een bezoek aan het gebied kun je ongeveer twee tot drie uur uittrekken. Een bezoek aan het gebied is vooral de moeite waard vanwege de voorjaarsflora. De tijd tussen half maart en half april is hier verreweg het meest geschikt. Dat wil echter niet zeggen dat er in andere jaargetijden niets meer te beleven valt.
De Strabeek is een beek in Nederland Zuid-Limburg. Het is een zijrivier op de rechteroever (noordzijde) van de Geul die ter hoogte van buurtschap Strabeek er in uitmondt (op een hoogte van 62 meter). De beek ontspringt op het Centraal Plateau op een hoogte van ongeveer 120 meter ten oosten van Haasdal in het Ravensbosch en stroomt grotendeels door dit bos. Eerst loopt het ongeveer op de grens tussen de gemeenten Nuth en Valkenburg aan de Geul en verderop alleen nog in de laatst genoemde gemeente. In Ingendael mondt de beek uit in de Geul.
De beek ligt in de nabijheid van waar in de eerste eeuwen van de jaartelling Romeinse villa's hebben gestaan, de Romeinse villa Op den Billich en Romeinse villa Ravensbosch.
Bron : Wikipedia
Registergegevens
Monumentgegevens
- Monumentnummer
- 36801
- Inschrijving register
- Kadaster deel/nr
- 82709/45
- Kadastrale aanduiding
-
Valkenburg Limburg S 12Valkenburg Limburg S 24
De Joodse begraafplaats van Groot-Haasdal
Aan de rand van het dorpje Groot-Haasdal, vlakbij het Ravensbos, ligt verscholen tussen het groen een kleine, intieme Joodse begraafplaats. Deze plek is omgeven door struiken en straalt een serene rust uit. Op het kerkhof staan vier grafstenen van blauwsteen, sober en zonder veel versiering, voorzien van inscripties in zowel het Hebreeuws als het Nederlands. De ruimte voor het kerkhof is in eeuwig gebruik gegeven aan de Joodse gemeenschap, waardoor het een blijvende herinnering vormt aan de aanwezigheid van Joden in deze regio.
Het kerkhof is bewust eenvoudig gehouden: versieringen zijn strikt verboden om de sobere uitstraling te bewaren. Op de graven staan aan beide zijden teksten, waarbij de Hebreeuwse inscripties van rechts naar links gelezen moeten worden. Opmerkelijk is het verschil in jaartelling; tussen de Hebreeuwse en de Christelijke jaartallen zit een kloof van 3756 jaar. De grafstenen variëren in vorm: er is een kleine steen met een afgeronde top, een grotere steen met een kroontje, en twee zuilen waarvan één is versierd met bijzondere symbolen.
Symboliek en families
De grafstenen staan boven de overledenen met hun gezicht naar het oosten, gericht op de opkomende zon en Sion. De Joodse families die hier begraven liggen, woonden bij de Teeuwsenhof in Groot-Haasdal, vlakbij de kapel. Zij waren boeren, handelaars of slagers. Het kleine graf met de afgeronde top behoort toe aan Benedik, een naam die tot op heden bekend is als slagersgeslacht in Zuid-Limburg. De grote grafsteen met de kroon is van David Caen. In het zuilgraf met de twee handen ligt Cohen, afkomstig uit een priestergeslacht. Dit wordt uitgebeeld door de twee handen waarvan de vingers op een bijzondere manier tegen elkaar worden gedrukt. Een andere Joodse familie die in Groot-Haasdal woonde, was Trompetter.
Joodse gemeenschappen in de regio
Rond de kapel in Groot-Haasdal en in Hulsberg woonden Joden tussen 1850 en de Tweede Wereldoorlog. In Meerssen stond een synagoge. Bij Tussen de Bruggen in Meerssen en Rothem bevindt zich een groter Joods kerkhof, wat het bredere netwerk van Joodse gemeenschappen in Zuid-Limburg aantoont.
De Romeinse villa Valkenburg-Vogelenzang, vroeger ook wel Ravensbosch genoemd, is een terrein met daarin de restanten van een Romeinse villa in de gemeente Valkenburg aan de Geul in de Nederlandse provincie Limburg. De villa was van het type villa rustica en behoort tot de tientallen Romeinse villacomplexen die op de Zuid-Limburgse lössgronden (deels) zijn opgegraven.[1][noot 1]
Ligging
De restanten van de villa bevinden zich in een glooiend terrein aan de rand van het Ravensbosch nabij de buurtschap Strabeek. Het terrein ligt ten oosten van de Beekstraat. Aan de zuidzijde ligt de A79.
De villa lag op een helling aflopend naar het westen. Vanuit de villa keek men uit over het Geuldal. Vlakbij bevond zich stromend water in de beek de Strabeek. Ongeveer 700 meter zuidelijker liep destijds de Via Belgica, de belangrijke heirweg van Tongeren (Atuatuca Tungrorum) via Maastricht (Mosa Trajectum) en Heerlen (Coriovallum) naar Keulen (Colonia Claudia Ara Agrippinensium).
Zo'n 1500 meter noordwestelijker lag de Romeinse villa Groot Haasdal-Billich, ongeveer 1500 meter westelijker de Romeinse villa Houthem-Rondenbos en 1500 meter oostelijker de Romeinse villa Valkenburg-Heihof. Tussen de opgegraven restanten van de villa's Vogelenzang en Heihof bevond zich nog een villa, de Romeinse villa Valkenburg-Bosstraat. Het is mogelijk dat de daar opgegraven gebouwen tot één der eerder genoemde villa's behoorden.
Geschiedenis
In de tweede helft van de 19e eeuw vonden hier de eerste archeologische opgravingen en sonderingen plaats.
In 1922 en 1923 werd het vermeende hoofdgebouw systematisch opgegraven door de archeoloog Remouchamps.
Sinds 1986 is het terrein wettelijk beschermd als rijksmonument.[3]
In 1995 werd het terrein geïnspecteerd en lagen er fundamenten aan de oppervlakte. Er werden diverse dakpanfragmenten en bouwmateriaal uit de Romeinse tijd gevonden.
Beschrijving
Het villacomplex stamt uit de 1e tot en met 3e eeuw en omvat een hoofdgebouw van ongeveer 37 bij 16 meter en een bijgebouw op 43 meter afstand van ongeveer 16 bij 8 meter.
-
Romeins beton uit de villa Ravensbosch (Limburgs Museum, Venlo)
De Romeinse villa Groot-Haasdal-Billich, ook wel Op den Billich genoemd, is een terrein met een of twee Romeinse villa's in de gemeente Beekdaelen in de Nederlandse provincie Limburg. De villa was van het type villa rustica en behoort tot de tientallen Romeinse villacomplexen die op de Zuid-Limburgse lössgronden (deels) zijn opgegraven.[1][noot 1]
Ligging
De restanten van de villa bevinden zich in een tweetal velden ten zuidoosten van Haasdal, waarvan het meest noordelijke lokaal bekend is als Op den Billich en het andere direct grenst aan de noordzijde van het Ravensbosch. Het veld loopt in zuidwaartse richting af naar het dalletje van een kleine beek (de Strabeek).
Ongeveer 2 kilometer zuidelijker liep destijds de Via Belgica, de belangrijke heirweg van Tongeren (Atuatuca Tungrorum) via Maastricht (Mosa Trajectum) en Heerlen (Coriovallum) naar Keulen (Colonia Claudia Ara Agrippinensium). Zo'n 1500 meter zuidwestelijker lag de Romeinse villa Valkenburg-Vogelenzang, ongeveer 1200 meter zuidelijker de Romeinse villa Valkenburg-Bosstraat, circa 1500 meter zuidoostelijker de Romeinse villa Valkenburg-Heihof en zo'n 800 meter naar het noordoosten de Romeinse villa Steenland.
Geschiedenis
In 1870 is de villa gedeeltelijk opgegraven door de priester en amateurarcheoloog Jozef Habets. Daarbij zouden door omwonenden de meeste platte hardstenen vloertegels van de villa zijn weggenomen.
In 1907 werd de kelder van de villa opnieuw opgegraven door de Leidse archeoloog prof. dr. Jan Hendrik Holwerda en de Limburgse priester-archivaris-historicus en archeoloog dr. Willem Goossens, waarbij nog enkele stukken vloertegels gevonden werden. De muren van de kelder waren nog grotendeels bewaard gebleven tot een hoogte van 1,5 tot 2 meter en hadden een breedte van 60 tot 70 centimeter. Aan de zuidzijde lag het maaiveld lager waardoor de restanten van de villa daar sterker aangetast waren.
Ook in 1976 en 2004 hebben op het terrein opgravingen plaatsgevonden.
Sinds 1987 is het terrein beschermd als rijksmonument.[3]
Vondsten
Naast de fundamenten, vloer en muurwerk heeft men in het terrein ook munten, fragment(en) van een loden doodskist, aardewerkfragmenten, dakpanfragmenten en fragmenten van hypocausttegels gevonden. Door de vondst van dat laatste is er het vermoeden dat er mogelijk een badgebouw is geweest.
Op zo'n 10 meter ten noorden van de villa is waarschijnlijk een Romeins pad gevonden. Dit bestond uit een strook van vier meter breed van gemengde grond op Romeins niveau
Op zo'n 400 meter ten zuidoosten van het villaterrein zijn bij het klooster Ravensbosch tijdens een opgraving vijf stenen sarcofagen gevonden die vermoedelijk behoren bij een Romeinse tempel.
link naar pdf over de villa rustica Furenthela in Voerendaal
info van wikipedia
Kasteel De Bockhof (of Bockenhof), ook wel Obbendorf of Huis Haasdal genoemd, bevindt zich in het gehucht Groot Haasdal bij Schimmert in de gemeente Beekdaelen in Nederlands Limburg. Het complex is rijksmonument.
Ligging en omschrijving van het kasteel
Het complex bestaat uit een herenhuis, de Obbendorf, en een pachtboerderij. Onder een schuur bevinden zich nog twee tongewelven die wijzen op een nog ouder gebouw. Bij een verbouwing in 1848 is dit gebouw verdwenen. De pachthof ligt aan de weg Groot-Haasdal. Het kasteel, dat via een weggetje langs de hof bereikbaar is, is een witgepleisterd, uit twee lagen opgebouwd bakstenen gebouw, met hardstenen deur- en vensteromlijstingen. Aan de noordzijde heeft het een krulgevel. Het vierkante torentje uit 1677 is voorzien van een tentdak met daarop een koepeltje en een spits in de vorm van een doorgesneden ui. Op deze ui staat een windvaan uit 18e eeuw, voorzien van het familiewapen van Von Bock.
De rechthoekige kasteelhof is gedeeltelijk gebouwd in mergel. De twee grote rondboogpoorten aan het binnenplein hebben randen uit baksteen. Een van de bakstenen muren van de schuur is gelardeerd met mergelstenen speklagen. De hof heeft een grote voluutgevel met in de top twee uilengaten.
Geschiedenis
Op een latei in de toren is te lezen dat "arnoldus godefridus de bock me restauravit 1677" de toren heeft gebouwd tezamen met de zuid- en oostgevel. Deze laatste gevel is in het begin van de 19e eeuw gerenoveerd in neoclassicistische stijl. De schietgaten zijn gehandhaafd. Rond 1960 volgde weer een renovatie en hierbij werden de vensters voorzien van hardstenen omlijstingen, die afkomstig waren van het gesloopte kasteel Walborg in Ohé en Laak. De eetkamer is onderkelderd met een tongewelf. Het interieur van de bel-etage, hal en kamers stamt uit het begin van de 19e eeuw.
De pachthof bestaat uit een schuur en een pachterwoning. Na 1840 hoort deze niet meer bij het kasteelgoed. Het herenhuis krijgt dan een aparte ingang via een zijweggetje langs de schuurgevel. De ruimte tussen de hof en het kasteel wordt dan een binnenplein, dat aan de oostkant wordt afgesloten door een poort. Hierna volgt nog een tweede splitsing. Een stalvleugel, haaks op de weg Groot-Haasdal, wordt dan gedeeld, beide delen worden als woning ingericht elk voor een aparte eigenaar. De voorgevels worden op een gegeven moment voorzien van sierpleisterwerk.
Bewoners
Het riddergeslacht Van Hafkesdael is sedert 1232 voor het eerst vermeld in Haasdal en zou daar een versterkt huis of kasteel hebben gehad. Van het kasteel Obbendorf is pas eeuwen later sprake. De naam Obbendorf zal in de 17e eeuw verschijnen. Waarschijnlijk gaat die naam terug naar de Limburgse zegswijze oben 't dörp vanwege de ligging boven of achter in het gehucht. De naam Bockhof dateert ook uit deze tijd vanwege de familie Von Bock. Deze familie komt oorspronkelijk uit Aken en in de 17e eeuw heeft zij meerdere kastelen in eigendom gekregen, waaronder ook Obbendorf. In 1729 vindt er een boedelscheiding plaats, waarbij Peter Willem Frederik von Bock het herenhuis krijgt en zijn zuster Anna von Bock de hof. In 1745 sterft Peter Willem Frederik kinderloos. Het complex komt dan in handen van Anna Maria von Bock. Zij is getrouwd met Nicolaes Somija, de pachtboer. Zij krijgen negen kinderen waardoor het erfgoed geheel versnippert. In 1796 trouwt Maria Somija met Thomas Hondts waardoor deze de nieuwe eigenaar wordt. Hij wordt in de tijd van de Franse bezetting ook de burgemeester van Schimmert.
In 1848 laat eigenaar-landbouwer Nicolaas Voncken, getrouwd met Maria Ida Loyens, nog enige verbouwingen uitvoeren. Een gevelsteen met het jaartal 1848 en de initialen FWV en MIL herinneren hieraan. Hun zonen verpachten dan het huis en het bijbehorende land sedert 1929.
In 1942 is er een grote brand na een blikseminslag.
In 1959 wordt de familie Stassen door koop eigenaar en laat de gebouwen met hulp van Monumentenzorg restaureren.
In 2018 besluit de toenmalige gemeente Nuth, in samenwerking met Monumentenzorg, om tot een grootscheepse restauratie over te gaan. Het gebouw krijgt daarbij mogelijk ook een andere bestemming.
Bron
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Kesjtièl Obbendorf op de Limburgstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- 2005 Kastelen in Limburg, ISBN 9053452699
https://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_De_Bockenhof
In 2015 kocht ondernemer Nico Eurelings de watertoren van Schimmert met één duidelijke missie: het duurzaam behouden en vernieuwen van dit iconische rijksmonument, voor én van Schimmert en haar omgeving.
De Reusch – Een levend belevingscentrum
De Reusch is veel meer dan een toren. Het is een plek waar verleden, toekomst en beleving samenkomen. Onze ambitie is om De Reusch te ontwikkelen tot een inspirerend belevingscentrum dat mensen verbindt en verwondert.
De toren is al decennialang hét herkenningspunt van Schimmert, een symbool voor gemeenschapskracht en innovatie. Dankzij zijn unieke architectuur en ligging biedt De Reusch een bijzondere ervaring vol uitzicht, historie en toekomstvisie.
Duurzaam behoud als basis
De Reusch is energieneutraal gerenoveerd en vormt een voorbeeld van circulair monumentbeheer. Duurzaamheid is voor ons geen doel op zich, maar de manier waarop we betekenis geven — van materiaalgebruik tot energie en hergebruik.
De toren blijft behouden door hem te gebruiken: als plek van ontmoeting, educatie, gastronomie, cultuur en recreatie. Zo maken we van De Reusch een monument dat leeft.
Een monument dat met zijn tijd meegaat
De kern blijft onveranderd:
De Reusch wordt behouden voor de komende generaties, in dienst van de gemeenschap waar hij thuis hoort.
Groot Haasdal en Klein Haasdal, samen Hazel genoemd, zijn twee gehuchten behorend bij Schimmert in de gemeente Beekdaelen. De naam Haasdal is waarschijnlijk afkomstig van het Germaanse "habukas dala" = "dal van de havik".
Het is een beetje ironisch dat er aan het begin van het buurtschap Groot Haasdal een grote houten haas langs de weg staat, naar verluidt gemaakt uit het restant van de stam van een mammoetboom die in 2015 de geest gaf tijdens een storm.
Groot Haasdal is immers genoemd naar één van de krachtiger roofvogels, de havik. En die houdt, naast van vogels, ook wel van kleinere zoogdieren als eekhoorns en konijnen. Er zijn overigens nog plaatsen in de omgeving naar roofvogels genoemd. Zo is er Valk-enburg zelf natuurlijk.
In elk geval: de haas, die vlakbij het historische Bockhof staat en van waar je ook prima de grote watertoren De Reusch kan zien, maakt je duidelijk dat je in Groot Haasdal bent. En ooit bezat het riddergeslacht van Hafkesdalen, dat ook naar de plaats werd genoemd, hier een kasteel en hoeve waarop allicht De Bockhof werd gebouwd. Alard Miles van Hafkesdale en zijn echtgenote Agnes schonken hun allodium in 1253 overigens aan de abdij van Val-Dieu in het land van Herve.
Dat en meer lees je allemaal op groothaasdal.nl/groat-hazel
Het feitje over de mammoetboom staat dan weer te lezen op wandelgidszuidlimburg.com/wp-content/uploads/word/1500.pdf
En over De Bock(en)hof vind je meer op komoot.com/nl-nl/highlight/7472114
Het Klooster Ravensbosch is een voormalig klooster in de gemeente Valkenburg aan de Geul in de Nederlandse provincie Limburg. Het klooster ligt in het noorden van de gemeente, ten westen van Arensgenhout en ten oosten van het Ravensbosch. Aan de noordzijde van dat bos ligt, niet ver van het klooster vandaan, het terrein waar de Romeinse villa Op den Billich gevonden is.
Het witte gebouw is opgetrokken in neoclassicistische stijl en is E-vormig. Midden achter de ingangspartij is de kapel gebouwd in baksteen. De kapel heeft drie beuken, rondbogen en grote kapitelen rustend op zware pilaren.
Geschiedenis door wikipedia
Van 1880-1885 verbleef een groep Duitse Oblaten van de Onbevlekte Maagd Maria in het Huis Opveld te Heer bij Maastricht. Zoals zoveel kloosterlingen in die tijd, waren ze waarschijnlijk vanwege de Kulturkampf het Duitse Rijk ontvlucht.
In 1885 bouwden de paters een definitief klooster bij Arensgenhout met daarbij een school en pensionaat waar nieuwe paters opgeleid konden worden. In 1890 werd de oostvleugel verhoogd met drie bouwlagen. In 1896 werden de drie extra bouwlagen verstevigd door drie traptorens. In 1900 bouwde men in contrasterende stijl een kapel naar het ontwerp van architect Peters uit Aken.
Eind 20e eeuw werd het klooster verkocht. In 1993 bouwde men naast het klooster een complex met geschakelde bungalows die een zorgbestemming kregen.
Van oktober 2001 tot 2006 huurde helderziende Jomanda een deel van het gebouw om in te wonen en in de voormalige kapel bijeenkomsten te houden. Ook kwam er een restaurant en konden bezoekers er overnachten.[1]
-/-
Nog meer info heemkunde st Gerlach
Station Valkenburg is het spoorwegstation van Valkenburg in de Nederlandse provincie Limburg. Het station is gelegen aan het traject Maastricht – Heerlen, de zogenaamde Heuvellandlijn. Het stationsgebouw uit 1853 is het oudste nog bestaande station in Nederland en is als rijksmonument opgenomen in de Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg uit 1990.
Geschiedenis
Het station van Valkenburg werd gebouwd in opdracht van de Aken-Maastrichtsche Spoorweg-Maatschappij, die vanaf 1845 de spoorlijn Aken - Maastricht aanlegde, de eerste internationale treinverbinding van Nederland.[1] Het uit mergelblokken opgetrokken gebouw werd ontworpen in de stijl van de vroege Engelse neogotiek of neotudorstijl door Johan Arthur Kool (1816-1873), mogelijk in samenwerking met Jacobus Enschedé.[2] Het station werd geopend op 23 oktober 1853. In 1890 werden twee vrijstaande gebouwtjes aan de zijkanten gesloopt om plaats te maken voor zijvleugels, die aan het hoofdgebouw aansluiten. In 1930 volgde opnieuw een uitbreiding door Sybold van Ravesteyn. Beide uitbreidingen zijn gerealiseerd in de stijl van het oorspronkelijke gebouw van Kool.
Aanvankelijk lag het station aan de lijn Aken – Maastricht, later kreeg het aansluitingen naar Heerlen en Kerkrade (via de zogenaamde 'Miljoenenlijn'). In 2024 zijn er verbindingen met Kerkrade via Heerlen, Maastricht en ook rijden er treinen tussen Aken en Luik, die in Valkenburg stoppen. De stations Houthem-Sint Gerlach en Schin op Geul aan deze lijn behoren ook tot de gemeente Valkenburg aan de Geul.
Het gebouw is nog steeds in gebruik. In 2005 werd het enigszins vervallen station in oude staat teruggebracht. Van 2005 tot 2009 was het verhuurd aan onder andere een stationsrestauratie, een kiosk en een modeltreinenwinkel, en was er enige tijd een expositie over toeristisch Valkenburg, de Heuvellandlijn en de ZLSM ingericht. In de jaren daarna werden er incidenteel tentoonstellingen van lokale kunstenaar gehouden. Tegenwoordig is er een horecabedrijf in het gebouw gevestigd.
Valkenburg Express
In de jaren 1970-'90 reden op zaterdagen in de zomervakanties extra treinen (de 'Valkenburg Express') direct van Amsterdam, Den Haag en Zwolle naar Valkenburg en terug.[3][4] In 1985 waren er vijf reguliere dagelijkse intercitytreinen van Zandvoort aan Zee naar Maastricht, die van 8 juni tot 31 augustus op zaterdag naar Valkenburg doorreden (terug zes treinen), en bovendien op deze dagen twee bijzondere IC-treinen van Den Haag CS en Rotterdam CS naar Valkenburg, die gedeeltelijk niet in de reguliere IC-halteplaatsen 's-Hertogenbosch, Weert, Roermond of Sittard stopten. Er was ook een bijzondere Valkenburg Expres van Zwolle, die als stoptrein geclassificeerd was, maar alleen in Deventer, Zutphen, Arnhem en op alle haltes op het niet geëlektrificeerde traject Nijmegen – Venlo – Roermond stopten en vanaf Roermond zonder stop tot Maastricht reed.[5]
De meeste Valkenburg Express-treinen reden via Maastricht, sommige via Heerlen. In 1988 waren er drie reguliere IC-treinen Zandvoort – Maastricht, die naar Valkenburg waren verlengd (terug twee), en drie bijzondere treinen van Amsterdam, Den Haag en Zwolle (als stoptreinen geclassificeerd, maar minder haltes dan intercitytreinen).[6] In 1990 (30 juni tot 1 september) en 1993 (29 mei tot 28 augustus) waren er nog drie directe Valkenburg Expressen over, die in 1993 als sneltreinen van Amsterdam, Den Haag en Zwolle naar Valkenburg en terug reden.[7][8] Kort daarna kwam een einde aan de Valkenburg Express.
Treinverbindingen
De volgende treinseries stoppen in de dienstregeling 2026 te Valkenburg:
| Serie | Treinsoort | Route | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|
| 18900 RE 18 S 43 | Sneltrein / Regional-Express / S-trein (Arriva / NMBS) | (Luik-Guillemins – ) Maastricht – Valkenburg – Heerlen – Landgraaf – Herzogenrath – Aachen Hbf | Drielandentrein (LIMAX). Tussen Luik-Guillemins en Maastricht wordt 1x/uur gereden. Tussen Maastricht en Aachen wordt 2x/uur gereden. |
| 32000 RS 18 | Stoptrein (Arriva) | Maastricht Randwyck – Maastricht – Valkenburg – Heerlen – Landgraaf – Eygelshoven – Chevremont – Kerkrade Centrum |
Na middernacht rijden de laatste twee treinen uit de serie RS18 (richting Kerkrade Centrum) niet verder dan Heerlen.
Voor- en natransport
De bussen van Arriva stoppen voor het station. Verder is er ten behoeve van diverse toeristische voorzieningen in Valkenburg, zoals het Holland Casino, een pendelbus van en naar het station. Bij het station is een parkeergelegenheid voor auto's, in exploitatie bij de gemeente. Verder zijn er fietskluizen en een onbewaakte fietsenstalling en is er een taxistandplaats.
Architectuur
Het station van Valkenburg behoort tot de vijftig stations in Nederland die een representatief beeld geven van het gebouwenbezit van de NS en ProRail ('De Collectie'). Het gebouw van lokale krijtsteen ('mergel') heeft een rijke architectonische detaillering van accoladebogen, torentjes en balustrades met kantelen, die aan de architectuur van middeleeuwse kastelen refereren. Aan de perronzijde is boven de naam van het station een reliëf aangebracht bestaande uit het wapen van Valkenburg, geflankeerd door het wapen van Aken (de adelaar) en dat van Maastricht (de vijfpuntige ster). Aan de straatzijde bevindt zich een soortgelijk reliëf, waarbij het wapen van Valkenburg is vervangen door de stationsklok. Elders op de voorgevel zijn op een fries de wapenschilden aangebracht van Nederland en Duitsland (een leeuw en een adelaar) en een gevleugeld wiel (verwijzend naar de spoorwegen).[1]
Het vestingverleden van het mergelstadje herken je al van ver aan de kasteelruïne, Nederland's enige hoogteburcht. In de loop van de geschiedenis is in Valkenburg aan de Geul een rijk cultuurhistorisch erfgoed opgebouwd. Van kastelen tot mergelgrotten, van Romeinse katakomben tot het oudste openluchttheater van Nederland, je vindt het hier allemaal. Beleef verleden én heden in vestingstad Valkenburg!
Historie van het Geulstadje
Het Geuldal rondom Valkenburg kent een intensieve menselijke bewoning, al sinds de vroegste tijden. Het dal was heel vruchtbaar en geschikt als pleisterplaats voor de prehistorische mens. De stad is sinds de 14e eeuw talrijke malen aangevallen, met name door de Brabanders, de Luikenaren, de Spanjaarden en de Fransen. Onder invloed van de industriële ontwikkeling van de Mijnstreek en vooral ook de stad Maastricht, ontwikkelde zich in Valkenburg door de aanleg van de spoorlijn Maastricht - Aken het toerisme. Wist je dat in 1885 in Valkenburg de eerste VVV in Nederland is opgericht? Het mergelstadje is uitgegroeid tot de belangrijkste toeristische trekpleister van de regio, met 1,2 miljoen overnachtingen per jaar en een veelvoud aan dagjesmensen.
Vestingmuren en stadspoorten
Bij een vestigingstad horen stadsmuren en stadspoorten, die in Valkenburg in 2015 in ere hersteld zijn. De belangrijkste poort uit het verleden was de Geulpoort, de realisatie van deze poort maakt de identiteit van Valkenburg als vestingstad weer compleet. Door zijn markante plek is de Geulpoort een icoon voor de stad en regio: “De Eiffeltoren van Valkenburg”. Ook de Grendelpoort kreeg haar oude luister terug, compleet met torens. Rondom de vestingmuren lag in het verleden een stadsgracht. Aan de westzijde, in het Halderpark, is de oude stadsgracht weer zichtbaar, tegen de oude stadsmuur. Wist je trouwens dat het centrum van Valkenburg op een eiland in de Geul ligt? De Geulpoort markeert de overgang van het Geuleiland naar het historische hart van Valkenburg.
Bron: https://www.visitzuidlimburg.nl/omgeving/valkenburg/cultuur/
Kasteel Valkenburg is een kasteelruïne in het Zuid-Limburgse vestingstadje Valkenburg. De voor Nederland zeldzame hoogteburcht ligt op de Heunsberg, een uitloper van het plateau van Margraten. Het kasteel, ooit de burcht van de heren van Valkenburg, werd in 1672 verwoest maar nooit geheel afgebroken. Onder het kasteel bevinden zich diverse vluchtgangen en ligt de Kasteelgroeve. De Valkenburgse kasteelruïne is een belangrijke toeristische attractie en sinds 1967 een beschermd rijksmonument.
Bron Wikipedia
De Emmaberg is een heuvel en straatnaam in het Heuvelland gelegen nabij Valkenburg in het zuiden van de Nederlandse provincie Limburg. De helling is genoemd naar het gelijknamige gehucht Emmaberg op de top. De heuvel heeft een markant herkenningspunt in de vorm van een 150 m hoge zendmast, de Zendmast Emmaberg.
Op de heuvel stond eeuwen geleden de galg op de Emmaberg.
Bron Wikipedia
Rijksweg 79 (A79) is een autosnelweg in het zuiden van de provincie Limburg (Nederland), die de steden Maastricht en Heerlen met elkaar verbindt. De weg is oorspronkelijk door de provincie aangelegd als S15, waarmee werd gestart in 1969 en in de loop van 1970 is de weg opengesteld. De weg is in eerste instantie als provinciale weg S15 ontworpen. Later is hij opgewaardeerd tot autosnelweg. In de jaren tachtig is de weg door het Rijk overgenomen. In 1978 is de S15 tussen de N281 en de grens van Heerlen en Voerendaal afgebroken en vervangen door de A78 tot de Bergseweg in Voerendaal. In 1979 is het stuk tussen Voerendaal en Maastricht gebouwd, toen werd de naam A78 vervangen door de A79.
De A79 verbindt de A2 bij knooppunt Kruisdonk met de A76 bij knooppunt Kunderberg met elkaar. Doordat beide knooppunten oorspronkelijk uiterst onvolledig zijn uitgevoerd was het geruime tijd onmogelijk om de A79 vanuit het noorden van Nederland te bereiken zonder daarvoor de snelweg te moeten verlaten.
De A79 is een landschappelijk bijzondere snelweg. Van Maastricht naar Heerlen loopt de weg tot aan Valkenburg langs de rand van het Geuldal. Bij Valkenburg voert de weg over het Dalviaduct Strabeek. Uniek in Nederland, maar met 23 meter hoogte niet vergelijkbaar met die in bijvoorbeeld de Belgische Ardennen. De weg heeft verder nog enkele beklimmingen en afdalingen, met hier en daar een blik op het Limburgse Heuvelland. Bij knooppunt Kunderberg (bij Voerendaal) gaat de A79 richting Heerlen nog door tot de volgende afrit, eindigt daar vervolgens met een stuk waar wegens geluidshinder maar 80 is toegestaan en gaat verder als een gemeentelijke 50-weg binnen de bebouwde kom van Heerlen.
Bron: wikipedia





























Previous Post
