Geleenbeek
Geleenbeek
De Geleenbeek (oorspronkelijk (de) Geleen genoemd) is een beek in het zuiden van de Nederlandse provincie Limburg die onderdeel is van het stroomgebied van de Maas. De deels gekanaliseerde beek ontspringt te Benzenrade en mondt bij Stevensweert onder de naam Oude Maas uit in de Maas. De plaats Geleen dankt zijn naam (oorspronkelijk "Op-geleen", het huidige Oud-Geleen) aan de ligging bij de rivier, die de oostgrens van de gemeente vormde.
De beek, waarvan de Latijnse naam Glana "heldere beek" betekent, is in de jaren 50 van de 20e eeuw gekanaliseerd. Door de aanleg van de spoorlijn van Heerlen naar Sittard en de autosnelweg A76 is het oude cultuurlandschap in het Geleenbeekdal aanzienlijk veranderd. Het beekdal met tal van zijbeken (samen 226 hectare) is aangewezen als Natura 2000-gebied en ligt grotendeels in het Nationaal Landschap Zuid-Limburg.
Inhoud
De Geleenbeek ontspringt als bron op 120 meter NAP in Benzenrade bij Heerlen. Deze bron bevindt zich in de kelders van de Benzenraderhof, een reeds in 13e-eeuwse archieven genoemde hoeve die op Romeinse fundamenten staat. Het stroomgebied van de Geleenbeek omvat ongeveer 170 kilometer watergang en is daarmee het grootste stroomgebied binnen het voormalige waterschap Roer en Overmaas. In het stroomgebied ligt 143 kilometer beek met een algemeen ecologische functie. De Geleenbeek loopt deels door het Heuvelland en deels door het sterk verstedelijkte gebied van Heerlen, Geleen en Sittard. Door het centrum van Sittard is de beek vertakt in de Keutelbeek, die de oorspronkelijke hoofdstroom volgt, en de Molenbeek, een gegraven aftakking dwars door het centrum van de stad. Na Sittard verlaat de Geleenbeek het sterk heuvelachtige landschap van Zuid-Limburg om haar loop via Susteren door het steeds vlakkere landschap te vervolgen naar het noorden. Via een duiker stroomt ze bij Echt onder de autosnelweg A2 en het Julianakanaal door. Hierna wordt ze Oude Maas genoemd. Via een voormalige oude Maastak stroomde de beek vroeger dan ook als oude Maas ten oosten van het "Eiland in de Maas" om ten noorden van de buurtschap Brand bij Stevensweert in de Maas uit te monden. Na aanpassingen stroomt de beek ten noorden van Ohé en Laak via de voormalige grindplassen naar de Maas.[1]
Het gebied van de Geleenbeek en de Molenbeek was in de 20e eeuw in beheer van waterschap Geleen- en Molenbeek dat naar deze beken is vernoemd. Daarna werd dit waterschap Geleen- en Vlootbeek en nog weer later waterschap Roer en Overmaas.
De Geleenbeek (oorspronkelijk (de) Geleen genoemd) kent een aantal alternatieve benamingen. Zo wordt de bovenloop bij Welten ook wel de "Welterbeek" genoemd. Door Sittard wordt de beek na de (gegraven) aftakking van de Molenbeek officieel de "Keutelbeek" genoemd tot de twee beken ten noorden van Sittard weer samenkomen. Verder wordt het gedeelte bij Nieuwstadt ook wel de "Sluisbeek" genoemd, omdat de eigenlijke Geleenbeek dwars door het stadje liep en de Sluisbeek een gegraven omleiding was. De oorspronkelijke Geleenbeek is hier verdwenen en vormt de vroegere Sluisbeek nu de hoofdstroom.
Het dal van de Geleenbeek behoort tot de meest kastelenrijke gebieden van Nederland. Stroomafwaarts liggen het monumentale kasteel en landgoed Terworm met de kastelen van Douvenrade en Prickenis, Rivieren bij Weustenrade, Kasteel Hoensbroek, De Dael bij Nuth, Reijmersbeek en Terborgh bij Schinnen, Sint-Jansgeleen en Ten Dijcken bij Spaubeek en Wolfrath bij Holtum. In het beekdal liggen verschillende restanten van oude versterkingen, waaronder van de motte van Struyver bij de buurtschap Ten Esschen en van Terborgh bij Schinnen. Ook zijn er restanten gevonden van de kastelen Te Broeck en Strijthagen bij Schinnen.
Naast het grote aantal kastelen, bevindt zich in het Geleenbeekdal een groot aantal watermolens. Een groot aantal van deze watermolens is in de afgelopen decennia buiten werking geraakt. In de jaren 50 is de Geleenbeek op vele plaatsen gekanaliseerd. Hierbij is onder meer de watermolen van Spaubeek en de watermolen Heisterbrug bij Schinnen droog komen te staan. De watermolen van Mulrade werd afgebroken voor de aanleg van de slikvijver Mulderplas. De watermolen van Terborgh werd gerestaureerd.
|
|
||
-
Borgermolen te Schinnen
-
Sint Jansmolen te Spaubeek
-
Ophovenermolen te Sittard
De aanwezigheid van adellijk en kerkelijk bezit wordt onderstreept door de vele oude pachthoeves, vaak in de vorm van een carréboerderij. In het dal van de Geleenbeek liggen een aantal opvallende exemplaren, waaronder de Geleenhof te Heerlen, Leeuw en Terlinden bij Nuth en Wijnandsrade, Groot- en Klein Breinderade te Schinnen en Ten Eijsden en Biesenhof te Geleen.
Bij Spaubeek loopt de Geleenbeek langs het hellingbos Stammenderbos. Verschillende delen van het Geleenbeekdal worden als Natura 2000-gebied beheerd: het Geleenbeekdal. Door de afwisseling in hoogte, bodemstructuur en vochtigheid is in het Geleenbeekdal een grote variatie in flora en fauna aanwezig. In het Landschapspark de Graven zijn vele landschapselementen als poelen, heggen, bosjes en graften teruggebracht. Het Limburgs Landschap beheert bijvoorbeeld het Wolhagerbos bij Schinnen. Vereniging Natuurmonumenten is een belangrijke samenwerkingspartner in het Landschapspark de Graven. Zij beheert er het Danikerbos, het Stammenerbos, de Mulderplas, Kathagerbroek en Asbroekbos. In een voormalige steenfabriek bij Daniken is het Centrum voor Natuur- en Milieueducatie Westelijke Mijnstreek gevestigd.
De Geul herbergt een voor Nederland bijzondere flora en fauna. In het snelstromende water komen de elrits, gestippelde alver en de beekforel voor. Aan de bovenloop vindt men het zinkviooltje. In de heuvels bij Valkenburg leeft een kleine populatie van de geelbuikvuurpad. In veel bomen langs de Geul groeit de maretak.
Als gevolg van vroegere winning van lood- en zinkerts stroomopwaarts bij de Mijnzetel van Blieberg en zinkerts in Kelmis worden de veilige waarden van zink, lood alsook van cadmium overschreden. Door lozingen van ongezuiverd afvalwater in België is de Geul soms ernstig vervuild met E. colibacteriën, nitraat en fosfaat. Het beherende waterschap in Nederland verbiedt daarom het zwemmen in de Geul.[3]
In de benedenloop van de Geul, nabij Meerssen, is een overloopgebied ingericht, waardoor bij hoogwater niet al het water in een keer de Maas instroomt. Ook gaat de waterkwaliteit hierdoor vooruit omdat er meer vervuild sediment kan bezinken.
In de Bergse Heide en Ingendael, een natuurgebied met vochtig grasland langs de rivier in de gemeente Valkenburg aan de Geul, wordt bij het beheer gebruikgemaakt van grote grazers als gallowayrunderen en konikpaarden. Dit is ter bevordering van de biodiversiteit in het dal en op de hellingen.


